Wanneer de quantumwereld groter wordt dan je denkt
Quantummechanica toont al tientallen jaren aan dat minuscule deeltjes zich kunnen gedragen op manieren die elke logica tarten. Maar wat gebeurt er eigenlijk als we het niet meer hebben over losse elektronen of atomen, maar over groepen van duizenden metaalatomen? Het antwoord komt nu uit een laboratorium in Wenen.
Zelfs deze macroscopische structuren kunnen in een quantumsuperpositie terechtkomen, alsof ze op meerdere locaties tegelijk bestaan. Dit doorbreekt fundamentele grenzen tussen de quantumwereld en onze dagelijkse realiteit.
Metalen nanodeeltjes in de beroemde kattenparadox
Een team fysici slaagde erin om metalen natriumnanodeeltjes, bestaande uit maximaal 10.000 atomen, over te brengen naar een toestand die bekendstaat als “Schrödingers kat”. In deze bijzondere toestand heeft elk deeltje geen vaste positie meer.
Ze gedragen zich alsof ze zich op verschillende plekken tegelijk bevinden. Deze ontdekking, gepubliceerd in Nature, markeert een cruciale stap in het begrijpen hoe ver quantumlogica kan worden uitgebreid voordat de wereld “klassiek” wordt.
Experiment overschrijdt grenzen van het bekende
Wetenschappers van de Universiteit van Wenen en de Universiteit Duisburg-Essen voerden dit baanbrekende werk uit. Het vertegenwoordigt een belangrijke mijlpaal in de verkenning van zogenaamde “quantummacroscopie”.
Tot nu toe werden quantuminterferentie-experimenten uitgevoerd met atomen, eenvoudige moleculen of lichte biologische structuren. Dit keer waren de hoofdrolspelers metalen nanodeeltjes met een massa van meer dan 170.000 dalton – groter dan veel complexe eiwitten.
Technologie achter het onmogelijke
Om dit te bereiken, gebruikten onderzoekers een materiegolf-interferometrietechniek. De clusters worden eerst gekoeld, uitgelijnd en vervolgens door drie roosters geleid die zijn gecreëerd met ultraviolette lasers.
Het resultaat? Een zichtbaar interferentiepatroon – als een golfafdruk die alleen verklaard kan worden als de deeltjes zich als quantumgolven gedragen. De sleutel ligt niet alleen in de grootte van de deeltjes, maar ook in de afstand die ze afleggen zonder gemeten te worden.
Tijdens deze reis is hun positie niet vastgelegd. Deze delocalisatie overschrijdt volgens het team “meer dan een orde van grootte” de grootte van het deeltje zelf.
Terugkeer van fysica’s beroemdste kat
De term “Schrödingers kattentoestand” is meer dan een culturele referentie. In de fysica wordt het gebruikt om situaties te beschrijven waarin een systeem zich tegelijkertijd in twee onderling onverenigbare toestanden kan bevinden.
In dit geval waren de natriumclusters letterlijk “hier en daar tegelijk” in ruimtelijke zin. Een van de meest directe citaten uit het wetenschappelijk artikel legt uit: “Deze quantumtoestand is analoog aan Schrödingers kat: hier gaat een macroscopisch object tegen de intuïtie in omdat het een superpositie van klassiek verschillende trajecten vertegenwoordigt.”
Quantumtoestand blijft stabiel
Het meest verrassende is dat deze quantumtoestanden tijdens het experiment niet ineenstortten. De interferentie bleef zichtbaar, wat de geldigheid van het quantummodel bevestigt, zelfs voor grote objecten.
Met andere woorden: de quantumwereld beperkt zich niet tot elektronen of kleine moleculen. Ze strekt zich veel verder uit dan we ooit dachten mogelijk was.
Hoe het ongekende experiment werd gebouwd
Om dit resultaat te bereiken, ontwikkelde het team een experimenteel platform genaamd MUSCLE. Hierin worden natriumclusters gegenereerd in een aggregatiekamer en afgekoeld tot 77 kelvin.
Vervolgens worden ze door een Talbot-Lau interferometerconfiguratie geleid, waarbij drie optische roosters worden gebruikt die gevormd zijn door ultraviolette stralen. Elk rooster vervult een specifieke functie.
Precisiecontrole over quantumtrajecten
Het eerste rooster bereidt de coherentie voor, het tweede fungeert als faserooster, en het derde maakt het mogelijk om het resulterende patroon vast te leggen. De gebruikte technologie maakt nauwkeurige controle over het quantumtraject van deeltjes mogelijk en meet afwijkingen met buitengewone gevoeligheid.
Het ontvangen signaal was kristalhelder: een strepenpatroon dat alleen ontstaat wanneer deeltjes zich als golven gedragen. Dit patroon kan niet worden verklaard met klassieke trajecten.
De zichtbaarheid van het patroon bereikte tot 10% bij clusters met gemiddelde massa en tot 66% bij massievere deeltjes. Het artikel stelt: “We observeren interferentie van breed gedelocaliseerde massieve deeltjes, wat bewijst dat standaard quantummechanica geldig blijft op deze schaal.”
Wat het bereiken van recordmacroscopie betekent
Een van de meest opmerkelijke bijdragen van dit onderzoek is de bereikte waarde van de quantummacroscopie-indicator. Deze maatstaf werd de afgelopen jaren geïntroduceerd om te kwantificeren hoe “groot” of “klassiek” een systeem in een quantumtoestand is.
Hoe hoger de waarde, hoe groter het vermogen van het experiment om alternatieve theorieën te weerleggen die beweren dat quantumfysica niet op grote schaal werkt.
Verbijsterende meetresultaten
In dit geval behaalde het experiment een waarde van μ = 15,5, wat het vorige record met een orde van grootte overtreft. Volgens de auteurs zou het bereiken van hetzelfde bewijsniveau met elektronen vereisen dat hun superpositie honderd miljoen jaar wordt gehandhaafd.
Voor deze clusters was echter slechts één honderdste seconde nodig. Dit betekent dat de Schrödingervergelijking niet hoeft te worden aangepast om te verklaren wat werd waargenomen, wat de betrouwbaarheid van het quantummodel versterkt, zelfs op de grens tussen de microscopische en macroscopische wereld.
Wat nu? Toekomst van quantumfysica met nanodeeltjes
Het experiment toont niet alleen aan dat quantumwetten van toepassing zijn op grotere objecten dan eerder werd gedacht. Het opent ook deuren naar nieuw onderzoek met nog complexere materialen.
Dit omvat biomoleculen en kleine virussen, wat de mogelijkheden voor toekomstig onderzoek enorm uitbreidt.
Praktische toepassingen die nu mogelijk worden
Bovendien heeft de gebruikte interferometer een praktische toepassing: hij werkt als een extreem gevoelige krachtsensor die interacties kan detecteren in het bereik van 10-26 newton.
Dit zou kunnen worden gebruikt om elektrische, magnetische of optische eigenschappen van geïsoleerde nanodeeltjes te meten, als aanvulling op bestaande nanotechnologietechnieken.
Het team hoopt dat ze door de techniek te verfijnen de gevoeligheid van het experiment meerdere keren kunnen verhogen. Ze zijn ook van plan het type geanalyseerde deeltjes uit te breiden door andere materiaalklassen op te nemen.
Deze doorbraak daagt niet alleen de theoretische grenzen van de fysica uit, maar kan ook concrete technologische gevolgen hebben in de komende jaren. De grens tussen quantum en klassiek wordt steeds vager – en dat opent fascinerende mogelijkheden.










